In het basisexamen inburgering in het buitenland wordt de basiskennis van de Nederlandse taal en samenleving getoetst. De kennis wordt getoetst door een examen af te leggen bij de Nederlandse ambassade (of het consulaat) in het land van herkomst of het land of het land van bestendig verblijf. Het land van bestendig verblijf is het land waar de vreemdeling langer dan drie maanden mag verblijven op grond van enige verblijfstitel (bijvoorbeeld een verblijfsvergunning).
Vanaf 1 april 2011 wordt het basisexamen inburgering aangepast. Zo wordt het niveau van de Toets Gesproken Nederlands (TGN) verhoogd van A1min naar A1. Ook wordt het basisexamen inburgering uitgebreid met de toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen (GBL). Om deze wijzigingen mogelijk te maken is de regelgeving aangepast. De datum inwerkingtreding van de verhoging van de eisen van het basisexamen inburgering in het buitenland is 1 april 2011.